‘Hoe doe je dat vertalen? Lees je een boek eerst helemaal? Hoe vind je de toon? Hoe maak je je de stijl eigen?’ Dat zijn vragen die menig vertaler krijgt tijdens een interview of op een verjaardagsfeestje. En dan doe je welwillend een poging om in woorden te vangen wat je, ik spreek even voor mezelf, doorgaans puur op gevoel doet. Wat je doet is ‘gewoon’ de tekst volgen, zo nauwgezet mogelijk. Een lange zin knip je niet in stukjes op, poëtische woorden vervlak je niet door karige, metaforen probeer je te behouden, noem maar op. Het lijkt zo vanzelfsprekend als wat, alleen gebeurt er natuurlijk veel in de overgang van de de ene taal de andere, dus ‘gewoon’ is misschien best bijzonder.
Zelf moest ik even flink omschakelen. Na een aantal delen vertaald te hebben van Over de berekening van ruimte van Solvej Balle (samen met Adriaan van der Hoeven), ben ik nu begonnen aan Onder de kasseien, het strand! van Johan Harstad (samen met Paula Stevens). De zinnen van Balle zijn vrij kort tot middellang, een uitschieter kan zo’n zestig woorden tellen. Harstads zinnen daarentegen hebben vaak minimaal die lengte of langer, soms wel drie keer zo lang. Zo’n meanderende zin bestaat dan uit verschillende bijzinnen en terzijdes die soms tussen haakjes staan of gescheiden worden door een puntkomma. Het volgen van zo’n zin kan best soepel gaan, maar veel vaker is er toch een obstakel. Wat in het Noors kan, kan niet altijd even makkelijk in het Nederlands en daar ga je dan met je ritme, een ander woord dat je vaak hoort als het over vertalen gaat. Het ritme van de tekst. Maar wat is dat? Kun je het zien, horen, voelen, ruiken?
Een schrijver heeft door veel oefenen een eigen stem ontwikkeld. Is stem dan hetzelfde als stijl? Onder de kasseien, het strand! kan bijvoorbeeld alleen maar door Johan Harstad geschreven zijn, je hoort vanaf de eerste zin zijn stem opklinken. Als vertaler heb je door veel oefenen ook een eigen stem ontwikkeld, ook al ben je er juist tegelijkertijd in getraind om als een kameleon te werk te gaan omdat je zoveel verschillende stemmen moet bedienen. Maar hoe dichter jouw stem bij die van de schrijver ligt, hoe makkelijk het vertalen waarschijnlijk zal gaan. Hoop je. Steeds moet je afwegen wat typisch is voor de brontaal en wat voor de schrijver. En ook bekijken wat wel en niet werkt in de doeltaal. Schrijvers laten zich leiden door de taal en vertalers lopen aan de leiband van die taal, als een volgzaam dier, maar het kan verademend zijn even te ontsnappen en te denken ‘hoe zou ik dit zélf eigenlijk zeggen’ en er dan op vertrouwen dat jouw stem prachtig samenvalt met die van de schrijver en zijn tekst.